|
|
 |
|
|
 |
 |
Tussen hun 10e en 16e worden meisjes voor het eerst ongesteld; ze gaan ‘menstrueren’. Vanaf dat moment komt er iedere maand een eitje vrij. Als dit onbevrucht blijft, dan komt het met een soort slijm en bloed van de baarmoederwand mee naar buiten via de vagina. Meestal levert dit geen problemen op. Soms kan de ongesteldheid onregelmatig of pijnlijk zijn. Bij ernstigere klachten is een bezoek aan de huisarts of gynecoloog noodzakelijk.
Als je als meisje in de puberteit komt, zorgen hormonen in het lichaam ervoor dat er iedere maand een eicel vrijkomt uit de eierstok en terechtkomt in de eileider. Deze eicellen zijn al vanaf je geboorte in je lichaam aanwezig. Je hebt er enkele honderdduizenden. Het moment waarop een eitje vrijkomt, heet eisprong of ovulatie. Als het eitje op weg naar je baarmoeder een zaadcel tegenkomt, kan je zwanger raken. Daar bereidt je baarmoederwand zich op voor door een laag van bloed en slijm op te bouwen. Dit slijmvlies dient voor de innesteling van een bevrucht eitje.
Maar meestal blijft de eicel onbevrucht en komen het bloed en slijm via je vagina weer uit je lichaam: je bent dan ongesteld.
|
 |
|
 |
 |
|
|
 |
|
|
|